33 uur Airborne
 
Tekst en Foto's: Bennie Bos
 

Ik zou dit verhaal best in het kort kunnen vertellen maar dan beleef ik te weinig naplezier aan het schrijven ervan, dus ga er maar eens rustig voor zitten en laat mij je vervelen met de langste en zeker meest indrukwekkende ballonvaart van mijn leven. Eigenlijk is de term ballonvaart niet meer het juiste woord, ik

spreek liever over één groot ballonvaartavontuur, want er zijn maar weinigen op deze aardkloot die kunnen zeggen dat ze langer dan een dag met een ballon in de lucht hebben gehangen. . . . . Dit is het verhaal over mijn 33 uur durende trip welke ons helemaal naar het koude Noorwegen bracht. De vaart heeft alles te maken met de wens van de Belgische ballonpiloot Gino Ciers om mee te doen aan de 54e editie van de beroemde Coupe Aeronautique Gordon Bennett, een internationale gasballonwedstrijd welke al sinds 1906 wordt georganiseerd en dit jaar vanuit het Engelse Bristol zal starten. De meesten onder jullie kennen mijn voorliefde voor de ronde gasballonnen, reeds 3 keer eerder maakte ik prachtige gasballonvaarten van vele uren met bevriende Duitse piloten. Gino moet trainingsvaarten maken voor de Gordon Bennett en voor één van deze vaarten nodigde hij mij uit om als “ballast” mee te

gaan en dat is een uitnodiging waar ik gelijk de afwas voor aan de kant zet. Ik zie via Internet dat er op de geplande dag een stroming naar het noorden staat en stiekem droom ik al van een vaart naar de Waddenzee met een landing op één van onze mooie eilanden, ik moest eens weten wat er werkelijk zou gebeuren . . . .

We schrijven paasdag nummer 2 en terwijl half Nederland rondslentert op de vele meubelboulevards, pak ik zorgvuldig mijn spullen in een rugtas en ontmoeten we elkaar rond 19.00 uur op het gasballonstartveld “Willie’s Wiese” in Gladbeck aan de rand van het Duitse Ruhrgebied. Dit inmiddels beroemde startveld onder beheer van één van de allerbeste gasballonvaarders en Gordon Bennett deskundige Willie Eimers staat ter onzer beschikking. De start is de komende ochtend om 05.00 uur gepland, co-piloot Willie zal rond 03.30 uur arriveren. Het opbouwen zal gebeuren door Gino, crew Leon en zijn vrouw Anita en mijzelf en we beginnen daar direct mee want we hebben nu nog het voordeel dat het nog niet donker is. De ballon wordt uitgerold en aan de mand geknoopt, en dat knopen moet je letterlijk zien, want het is allemaal houtje touwtje werk, heerlijk traditioneel. Willie kijkt

via de webcamera op afstand vanaf zijn huis live toe en ziet dat we de klus prima klaren. Leon en ik vullen 50 zakken met 12 kilo zand, de brandstof van een gasballon. We hebben het voordeel dat op dit startveld een aantal posities zijn voorzien van grote blokken beton in de grond, zodat we de mand daar aan vast kunnen haken en geen massa’s zandzakken extra moeten vullen om de ballon aan de grond te houden.

   
    

Er wordt gebeld naar de fabriek met het verzoek om 1000 m3 waterstofgas en na enkele minuten geeft de vulinstallatie via een groene lamp aan dat het systeem op druk is gebracht en dat we via de vaste aansluiting vers geperste waterstofgas kunnen aftappen uit de fabriek. Binnen een half uur staat het 14 meter brede

bolletje mooi rond en kan de kraan weer dicht. We maken op de computer via Internet in het clubhuis een Hysplit model om te kijken welke trajecten we zouden kunnen varen. De richting is nog steeds zoals voorspeld naar het noorden maar dan iets meer naar rechts waarbij een vaart naar Denemarken ook mogelijk zou zijn, ik sta er uiteraard voor open. Gino had me vorige week verteld dat hij een 12+ vaart zou willen maken en mijn instinct vertelde me toen dat ik extra kleren mee moest nemen, dus de extra jas en skibroek zaten al bij mijn standaard uitrusting. Inmiddels is het donker geworden, de klus zit er op en de maag begint te rammelen. Wat dan weer een geluk dat er op 200 meter afstand een fijn Duits restaurant zit waar we een heerlijke grote schnitzel met bratkartoffelen en een lang glas bier kunnen bemachtigen. De ballon blijft gewoon aan zijn ankers staan, die kan geen kant op. Na ons galgenmaal

duiken we voor een korte nacht onder de dekens, het clubhuis is namelijk voorzien van een aantal comfortabele bedden. Erg relaxed lig ik echter toch niet, ik heb steeds de komende vaart in gedachten en die Belgische piloot zaagt wel hele dikke bomen omver. Om 03.00 uur begint het alarm op mijn GSM een veel te

vrolijk liedje te jammeren, het teken dat we ons klaar moeten maken voor vertrek. Inmiddels is het paasdag nummer 3. Anita regelt het ontbijt en staat ei met spek te bakken, de senseo pruttelt en spuugt zijn eerste bakkie koffie uit welke ik gelijk als de mijne bestempel. We voorzien ondertussen de mand van alles wat verder mee moet aan apparatuur zoals nachtverlichting en radio’s, kaarten, survival- equipement en persoonlijke spullen. Co-piloot Willie is inmiddels ook gearriveerd en checkt nog even kort de opgebouwde ballon en is daar prima tevreden mee. Vijf minuten voor vertrek, het toilet krijgt bij de laatste bezoekjes nog even flink op zijn sodemieter. Om 05.20 uur gaan een aantal zandzakken los zodat we positieve lift hebben waarop Gino, Willie en ik in de nacht boven Gladbeck verdwijnen. Donker is het daar absoluut niet want het Ruhrgebied leeft dag en nacht. Alle bedrijven zijn volop verlicht en maken een

tering herrie. We doorkruisen het gebied en genieten van de wonderlijke aanblikken zoals men ze zelden te zien krijgt, een prachtige lichtshow. Leon en Anita blijven op de grond achter en zullen ons straks , nadat ze eerst nog even hebben geslapen, met de auto gaan volgen. Willie schakelt wat apparatuur in en schrikt van

een geluid wat we horen. Via een radio horen we een sireneachtig stoorgeluid. “Er staat een noodbaken aan” is het eerste wat hij denkt, en daar lijkt het ook inderdaad op. Dit mag absoluut niet want op een noodsignaal reageren allerlei hulpdiensten. We gaan op zoek naar de veroorzaker van dit geluid en ontdekken na enig zoeken de schuldige. Het stoorgeluid blijkt in dezelfde frequentie mee te lopen als het geknipper van de nachtverlichting die onder onze mand hangt. Blijkbaar hangen de voedingskabel voor de verlichting en de antennedraad van de radio te dicht bij elkaar en pikt de radio het opladen en ontladen van de condensatoren van de stroboscoop verlichting op. Kabels verleggen naar de andere kant van de mand en probleem opgelost, gelukkig maar. Een goederentrein kruipt voorbij, een geluid wat we vanuit ons mandje ervaren als een hinderlijk stuk lawaai. Met zo’n 15 km/u drijven we uit het

industriegebied en langzaam komt de omgeving tot rust. Nu horen we het mooiste wat de natuur ons te bieden heeft . . . stilte. We trekken naar het noorden en volgen zo’n beetje de autobahn A31. Bij Overdinkel (bij Enschede) piepen we net even honderd meter door Nederlands grondgebied op 350 meter hoogte.

  
  

Dat is land nummer 2 op onze reis. Willie waarschuwt dat we een pet op ons hoofd moeten doen, de zon schijnt heerlijk maar daarin schuilt tevens een grote vijand. Als de zon de hele dag op je dakpan zou schijnen, heb je zeer grote kans op koppijn aan het eind van de dag. Uiteraard heb ik mijn vreemdelingenlegioen pet bij

me, met een mooie flap in de nek. Willie vertelt onderweg allerlei nuttige tips. Zo moet er bijvoorbeeld bij een dagenlange vaart nagedacht worden over accu’s. Willie demonstreert aan Gino hoe hij het stroomverbruik van een radio kan meten die standby staat. De radio van Gino blijkt 300 milliampère te trekken, de radio van Willie doet echter maar 30 milliampère in ruststand. Dat is 10 keer minder. Je begrijpt dat dit een belangrijk gegeven is op een vaart waarbij alle gewicht telt. Rond 10.00 uur hangen we al bij mijn woonplaats Emmen in de buurt en trekken mooi langs de grenslijn. We blijven zo’n beetje op 1,5 kilometer hoogte zitten om de goede route vast te kunnen houden. Te laag geeft ons een stroming links van de noordlijn en dat willen we niet. Uiteraard is het in zo’n mandje even behelpen met de sanitaire stops, want een tussenlanding maken we niet. Voor de

kleine plaspauze gebruiken we gewoon een plastic zakje wat overboord gaat, voor een kerel is dat niet zo’n probleem. Ik had thuis een plastic fles half doorgezaagd en daar een zakje ingevouwen. Kun je met één hand vast houden en met je ander . . . je snapt het wel. De grote boodschap is eigenlijk net zo, er hangt een

emmer onder de mand met daarin een plastic zak. Hier komt echter een ander probleem bij kijken en dat zit helemaal tussen de oren. Je zit met 3 personen in een mandje van 1.20 bij 1.50 meter en dan moet jij uit de broek terwijl er 2 kerels vlak naast je staan, snap je het dilemma . . . Ik heb het één keer meegemaakt op een lange gasballonvaart en vond dat nou niet echt een jubel moment. Weet je nog dat het in een ballonmand niet waait . . . Maar ik denk dat die schaamte op een echte GB race tussen piloot en co-piloot snel over is. Regelmatig worden de zandzakken geteld en elk uur worden alle belangrijke gegevens genoteerd. Rond het middaguur schampen we de Dollard en moet er een beslissing komen wat we verder gaan doen. Landen of doorvaren. Willie belt met zijn zoon Benni en deze maakt een nieuwe Hysplit. De richting blijkt niet veranderd te zijn en er is een veilig traject naar

Denemarken en Zweden. Op dit moment besluiten we dat we de komende nacht in de lucht gaan blijven om morgen Zweden te bereiken. Ik ben voorbereid met warme kleding, althans . . . dat denk ik. We bereiken om 13.00 uur de kust en hangen boven de Duitse versie van de Waddenzee (Wattenmeer) en koersen op het autovrije eiland Langeoog af. Het eiland heeft een vliegveld uit de oorlog omdat hier toen een militaire basis gelegerd was. Vanaf nu is er geen weg meer terug en zullen we een hoop water over moeten.

  
   

Met een gasballon is dit echter geen probleem, we hebben nog heel veel ballast, en zolang je dat hebt, kun je in de lucht blijven. Via de verkeerleiding krijgen we de melding dat gebied 41A voor de Deense kust 2 uur lang gesperd zal zijn. We weten niet waarom. Na anderhalf uur water passeren we iets heel bijzonders,

iets wat nog maar weinigen vanuit een ballon hebben aanschouwd, het eiland Helgoland. Het enige Duitse eiland op volle zee en bekend van zijn rood gekleurde rotskust die maar liefst 61 meter uit de zee steekt. Helgoland kent zo’n 1250 inwoners, meest welgestelde Duitsers. Auto’s rijden er praktisch niet en fietsen is er verboden. Willie legt via de radio contact met de loods in de toren want het eiland kent een eigen vliegveldje wat op een kleine zandplaat naast het eiland ligt, Helgoland Dune. Even laat onze komische piloot de loods in de waan dat we misschien wel willen landen op het eiland wat de man een beetje in de war brengt. Onder ons zien we een klein vliegtuigje naar de landingsbaan duiken en landen, het past allemaal net. Wij keutelen ondertussen lekker verder met een trackje 45 naar het noordoosten en een snelheid van 37 km/u op 1700 meter hoogte richting Denemarken.

   
 

Dan ontdekken we waarom gebied 41A gesperd is, er worden militaire oefeningen met straaljagers gedaan. We kunnen het op afstand goed zien. Er worden flare’s afgeschoten welke dan door de piloten onder vuur worden genomen. Blij dat we daar nog niet in de buurt hangen. We zien vele vissersboten en na uren komt er

weer land in zicht, het zijn de laatste Duitse eilanden die we moeten passeren voor de Deense grens. Het beroemde eiland Sylt komt in beeld en Willie besluit dat we daar laag overheen gaan varen. Sylt is 35 kilometer lang, telt ongeveer 20.000 inwoners en heeft een verbinding met land doormiddel van een spoorlijn. Op het eiland rijden ook auto’s maar die moeten allemaal met de trein het eiland op. We dalen mooi in en maken een bocht naar links, recht over het eiland. Joggers op het strand kijken verbaasd omhoog als de ronde ballon opduikt. Dergelijke luchtvaartuigen zien ze hier namelijk nooit, en we behaalden met onze actie zelfs de lokale krant. Willie vertelt over het plaatsje Westerland op dit eiland en direct schiet mij een liedje in de kop, “Ich wil zuruck nach Westerland” uit de mooie “Neue Deutsche Welle” periode. Even daarna belt Willie’s gasballoncollega Matthias Zenge op en het eerste

wat ik hoor via het kleine speakertje is dat Matthias precies datzelfde liedje begint te zingen. Hij had aan de live tracking gezien waar we hingen en wilde even een goede nachtvaart wensen. Op het eiland staan mooie kerkjes en schitterende huizen en het lijkt me daar heerlijk wonen. Er is trouwens nog genoeg ruimte.

   
   

Willie komt er iets te laat achter dat Sylt een echte CTR heeft maar na een vriendelijk babbeltje met de verkeersleider wordt hem de overtocht vergeven. Het wordt tijd dat we ons gaan voorbereiden voor de komende nacht over Denemarken en Willie stelt voor dat we wat warmers aantrekken. Ik haal mijn skibroek

binnenboord en trek een extra jas aan. Na het passeren van Sylt zijn we eindelijk in Denemarken, land 3 op onze route. Inmiddels zijn we onder controle gekomen van het vliegveld van Billund en voor diegene die denken, waar ken ik die naam ook al weer van, daar ligt Legoland. Je weet wel, van die bouwsteentjes, en niet te verwarren met Helgoland waar we uren eerder vertoefden. Toen ons Nienke nog een klein meisje was zijn we een paar keer in dit kinderparadijs geweest, het vliegveld is daar jaren later gebouwd. Het wordt donker en al snel zien we niet meer dan grote groepen kleine lampjes op een zwarte ondergrond. Ik sta hier nog een tijdje van te genieten en merk dat het stilaan kouder wordt. Onze transponder doet zijn werk en Billund kan ons goed zien. Willie stelt een aparte hoogtemeter in die een signaal geeft als we onder een bepaalde hoogte zakken. We kunnen dan ook alle 3 gewoon gaan

zitten en hoeven weinig te doen. Onze mand heeft geen slaapbankje zoals je wel vaker bij gasballonmanden ziet maar we hebben kleine klapstoeltjes meegenomen om op te zitten. Eens kijken of ik een hazenslaapje kan maken. Tegen 23.00 uur wordt ik weer wakker met een onaangenaam gevoel. Ik heb het behoorlijk koud en

begin af en toe te rillen. Ik ga staan en probeer door een beetje te bewegen weer warm te worden maar dat lukt slecht, veel ruimte om te bewegen is er ook niet. We koersen zo’n beetje op 1700 meter hoogte door het Deense luchtruim. Een gasballon volgt zijn eigen patroon, daalt dan weer eens een stukje, stijgt dan weer uit zichzelf, maar bij elke hoogtewisseling doorsnijden we soms verschillende luchtlagen waarbij je even de ijskoude wind voelt en dat gaat op je lichaam zitten. Even bekroop me een nare gedachte, het was gewoon een gevoel en had absoluut niks met paniek of zo te maken. Ik dacht even na, dat doe je soms als je tijd over hebt. Ik dacht “ik heb nu alle kleren aan die ik bij me heb, en ik heb het behoorlijk koud. Het is nog geen middernacht dus bijna zeker zal het nog iets kouder worden. Wat nu als . . . . ik onderkoeld zal raken. Dan is er medische hulp nodig, maar we kunnen absoluut niet landen in

het donker. . . . Deze gedachte ging als een flits door me heen en het duurde ook maar een minuutje voordat ik mezelf weer op het juiste pad zette. Ik overtuigde mezelf ervan dat het wel goed zou komen en ik de nacht zonder problemen zou doorstaan. Ik hoefde alleen maar aan de warmte van de zon te denken die

morgen op ons stond te wachten. Willie vroeg even later hoe het met me ging en ik vertelde dat ik het koud had. “Ik dat al dat ik wat ribbetjes hoorde rammelen” zei hij en toverde onder zijn stoel ineens een wollen deken vandaan. Die man heeft 30 jaar ballonervaring en alles al meegemaakt, die laat zich niet meer verrassen. Ik kreeg de deken om en na een half uur begon de temperatuur al weer wat op te lopen. Zowel voor mij als ook voor Gino, die ook niet staat te juichen dat hij het zo warm heeft, is dit een mooie les. De methode van Willie Eimers . . . “Ervaren wat het is, zodat je weet wat je mist”. Een volgende keer zal je door deze ervaring beter voorbereid zijn. Doodstil zweven we over het slapende Denemarken, behalve de loods in de toren van Billund weet niemand dat we hier hangen, alhoewel . . . . er bleken achteraf opvallend veel geïnteresseerden naar de live tracking te hebben gekeken. Mijn vrouw is er

’s nachts nog een aantal keren uitgeweest om te zien waar we hingen. We denken even aan een andere ballonvaarder die nu samen met ons in de lucht hangt maar dan nog een stuk noordelijker. Jean Louis Etienne hangt boven de Noordpool in zijn Roziere ballon in een poging deze te overvaren, hij heeft echter wel een

kachel in zijn cabine waarmee hij de temperatuur op 15 graden kan houden. We zien de thermometer deze nacht dalen tot 6 graden onder nul maar door de kleine koude windstromingen voelt het een stuk kouder. Om deze reden pakken Gordon Bennett piloten hun mand vaak in met folie zodat de wind niet door het gevlochten mandje kan waaien. Billund neemt afscheid van ons en zet de communicatie over naar Kopenhagen. Allemaal vriendelijke mensen op de radio. Willie is opmerkelijk wakker gedurende de nacht. Elke keer als ik wakker wordt van een hazenslaapje, is hij ergens mee bezig. De hoogte moet in de gaten worden gehouden, alhoewel dat met de automatische bewaking wel gedekt is, maar ook een oproep van de verkeersleiding moet altijd beantwoord worden. Op een gegeven moment ben je helemaal gefocust op de tekst “Delta Oscar Charly Oscar X-Ray, come in please”. Langzaam wordt het

buiten de mand lichter en krijgen we weer zicht op de grond. Uiteraard kunnen we ook op het beeld van de GPS zien in welk gedeelte van Denemarken we ons bevinden. We hangen precies bij de noordelijke punt bij Skagen en volgens onze route hebben we nu 130 kilometer open water voor ons liggen, het Skagerrak.
Hier is in 1916 door de Britten en de Duitsers een zware zeeslag uitgevochten. Aan de overkant ligt Zweden.

    

    

Bij daglicht komt in beeld hoe koud het de afgelopen nacht geweest is, de rand van de mand is bedekt met een laagje ijs. Mijn tas is helemaal wit en al ons zand is zo hard als beton. Gino begint dit voorzichtig met een plastic hamer los te tikken. De kaarten zijn allemaal vochtig, maar gelukkig is de elektrische apparatuur hier

tegen bestand. Om weer een beetje op temperatuur te komen heeft Willie een oefening bedacht, zandzakken tillen. Men neme een zandzak van 12 kilo en tilt deze vanaf de grond zo hoog mogelijk op, en dat 10 keer achter elkaar. Daarna is de volgende aan de beurt. Zo gaan we het kleine kringetje steeds rond en al snel is te merken dat de spieren warmer worden. Onder ons is veel vrachtverkeer te zien, grote schepen, sommigen zelfs met een eigen helidek. Nu is het zaak dat het ijs op het dak van de ballon smelt, het maakt ons zwaar. De bewolking is 8/8 dus we zullen de zon op moeten zoeken, en die is nooit ver. Er gaan wat zandbrokken overboord en we beginnen te stijgen. Even bevinden we ons weer in een spierwitte wereld midden in de bewolking maar al snel ontplooit zich het waanzinnige landschap van honderden kilometers witte deken met een uitbundig stralende Zweedse zon. Dit is absoluut genieten en

al snel is de kou van de afgelopen nacht weer vergeten. Het ijs op ons dak begint te smelten en valt als waterdruppels rond de mand naar beneden. Door een simpele regenrand aan de onderkant van de ballon kan dit niet in de mand vallen. Willie stelt regelmatig gerichte vragen aan Gino. “Als we nu een volle zak overboord gooien, hoeveel stijgen we dan voordat de ballon weer uitlevelt”. “Wat gebeurt er als we dit doen als de ballon nog niet volledig pral is”. Willie is streng maar zijn lessen en nuttige tips zijn alles behalve saai. .

      

   

We worden overgezet van de verkeersleiding van Kopenhagen naar Göteborg en als even later de oproep aan de D-OCOX komt met de vraag wat onze bestemming is, antwoord Willie in al zijn enthousiasme “IKEA land . . euh sorry, Sweden”. De Zweedse dame aan de andere kant van de verbinding kan er zeker om lachen. Ik

praat met Willie over vliegtuigen in dit gebied en hij legt mij uit dat we daar geen last van zullen hebben. In ieder geval is ons transponder signaal te zien. De kleine vliegtuigen zitten lager dan ons en het grote verkeer zit veel hoger. Echter . . . nog geen 10 minuten laten horen we een angstaanjagend geluid opzwellen uit de verte. 2 straaljagers komen ogenschijnlijk recht op ons af en passeren ons op ongeveer 500 meter. Het zijn 2 vliegtuigen van de Swedish Airforce van het type SAAB JAS-39 Gripen, Gino kent die dingen uit de kop. Even later draait één van de machines om en komt met een zogenaamde “Low Pass” op zo'n 300 meter afstand voorbij en trekt op het laatst de nabrander nog even los. Een zeer indrukwekkend gebaar van de piloot, hij groet ons alsof hij wil zeggen “Welkom in Zweden”. We zwaaien dat het een lieve lust is, wat een schitterend moment. Staand in een heel klein

mandje, boven een sneeuwwit landschap van enkele honderden kilometers breed en wijd, op de top van de wereld. Dit zijn dingen die je nooit meemaakt en die we zeker nooit meer zullen vergeten. Zelfs voor ons Willie, die in zijn gasballonleven al heel veel heeft gezien was dit een unieke beleving. Straks de beelden.

 
  

Willie eet relaxed een gekookt eitje en luistert ondertussen meerdere radiofrequenties af en enkele momenten later horen we (ongeveer) het volgende bericht: “Smöre Smöre Balloonie Balloonie Smöre Smöre Winkie Winkie Smöre Smöre” wat vrij vertaald iets zal betekenen als “We zijn langs de ballon gevlogen en ze hebben naar

ons gezwaaid”. Willie bedankt de piloten op de radio voor deze elegante show. Maar de pret is nog niet over, want nog geen 10 minuten later verschijnt er een F16 ten tonele. Blijkbaar was ook deze piloot nieuwsgierig naar ons geworden, gasballonnen zien ze hier zeer zelden, en ook hij maakt enkele Fly By’s als groet. Ondertussen is er contact met Leon en Anita die ons met de volgwagen vanaf het wegennet in Zweden probeerden te volgen. Zicht op ons hebben ze natuurlijk niet dus met enkele plaatsnamen kunnen ze hun route bepalen, een lange trip voor die gasten. Wij kunnen vrij nauwkeurig bepalen bij welke plaats we het vasteland van Zweden zullen bereiken. Oeps, niet vergeten te tellen want de grens loopt over het water, dus land nummer 4. Gino probeert door de bewolking te zakken wat nog best lastig is want de ballon wil steeds weer naar boven. Bij elke neergaande

beweging laat hij wat gas ontsnappen (zie foto), net zolang dat de ballon zich gewonnen geeft en we door de bewolking zakken. De eerste Zweedse eilanden zijn we al gepasseerd en we krijgen direct zicht op het vaste land. Het eerste wat we van Zweden zien is de plaats Grebbestad en zijn mooie haven.

   

  

Het valt ons direct op dat er op sommige plekken in de omgeving nog steeds sneeuw ligt. Voor de kust liggen ontelbare eilanden, een schitterend gezicht. Gino laat de ballon nog wat verder zakken en onze track krimpt 45 graden naar links, zodat we nu praktisch pal noord koersen. En dat is geen probleem want met deze

richting drijven we niet terug naar zee. Onder ons klinkt het geluid van zware drilmachines. Men is met groot materieel aan het kappen en breken in de vele rotsformaties die we zien om een nieuwe snelweg aan te leggen. Daar komt in Zweden toch iets meer bij kijken dan bij ons. Waar we ook kijken, het is direct duidelijk waar we zijn. Veel bossen, veel rotsen, veel meren en veel huisjes in de typische rode Zweedse kleuren. Ik had zelfs even het idee dat ik Pipi zag lopen. Op de meren ligt nog gedeeltelijk ijs en aan de sporen te zien scheurt de jeugd daar zelfs met auto’s overheen. We volgen het met rotsen doordrenkte landschap nog enkele uren en gaan nadenken over de landing. Het mooiste zou natuurlijk zijn om nog een vijfde land aan onze reis toe te voegen. En dat treft, want op onze route ligt de grens met Noorwegen, een land waar ik in tegenstelling tot de andere overvaren landen nog

niet geweest ben en ik nu mooi kan toevoegen als 18e land aan mijn landenlijstje. We besluiten dus dat we de grens nog even overwippen en daarna de ballon aan de grond zullen zetten. De crew is inmiddels in de buurt en we hebben al contact via de normale radio.

  
  

In de verte duikt het meer bij de Noorse plaats Halden op, de grens loopt midden over de brug van dit meer. De tijd is aangebroken om de landing voor te bereiden want al onze spullen hangen aan de buitenkant van de mand en bij de landing moet alles naar binnen. Ik krijg instructies voor de landing om als het nodig is het

grote sleeptouw los te gooien en om eventueel zand te droppen. Dit uiteraard op commando van de pilot in command, Gino. We passeren het meer en drijven land nummer 5 binnen. We zien onze crew bij de grenspost staan en horen via de radio dat de aanhanger gecheckt moet worden. Gino is volledig geconcentreerd aan het zakken en heeft een volle zandzak in zijn handen. Hij heeft een mooi veldje uitgekozen en onze crew staat al langs de weg te wachten, het kan niet mooier. Aan de grond is de wind rustig en als op een eitje staan we rond 14.00 uur op Noors grondgebied. Resten ons nog 12 zakken ballastzand, een mooie score. Het inpakken van de ballon gaat zonder problemen en even later stouwen we de hele aanhanger vol met alle rotzooi die we bij ons hadden. Bij de Burger King net over de grens brengen we een lang uitgesteld bezoekje aan het toilet en was het maar goed dat er harde muziek

draaide in het kleinste kamertje. We leggen een dun bodempje op onze lege magen en bespreken het plan voor de lange terugreis. We zijn met 4 kerels die natuurlijk niet meer 100% fit zijn. Als iedereen een uur rijdt, kan de rest steeds 3 uur slapen, dat moet te doen zijn. Langs de Zweedse autobanen liggen opvallend veel dode dassen en het valt me nog mee hoe wakker ik zelf nog ben. Het rijden op de Zweedse autobanen is een waar genot. Er geldt een maximum snelheid van 110 km/u en er wordt bijna niet ingehaald, wat een verschil met de hel op de Duitse banen.

 
 

Willie’s zoon regelt via Internet alvast een ticket voor de veerboot bij het Deense Rödby waardoor we een behoorlijk stuk kunnen afsnijden en onderweg op de boot nog even een hapje kunnen eten. De volgende dag komen we tegen 06.00 uur in de ochtend weer aan op het punt van ons vertrek. De Nissan Pathfinder heeft

op dit retourtje maar liefst 3200 kilometer af moeten leggen. De laatste 2 uur van onze terugreis kreeg ik het ook behoorlijk voor de krenten en ik besluit het voorbeeld van Gino te volgen om eerst in het clubhuis in Gladbeck nog even de oogjes dicht te doen voordat ik 1,5 uur naar huis rijd. Voordat we gaan slapen bekijken we natuurlijk nog even via Internet de tracking van onze reis en die ziet er behoorlijk indrukwekkend uit. Ik was altijd onder de indruk van piloten die het stuk zee tussen Engeland en Frankrijk overstaken met een ballon maar als ik dan onze route zie . . . . pffff. Maar liefst 280 kilometer over zee, wauw. In vogelvlucht hebben we totaal 883 kilometer afgelegd met een maximale hoogte van 2350 meter. Onze topsnelheid lag bijna op 40 km/u. Een prachtige en absoluut leerzame voorbereiding voor de komende Gordon Bennett race. Op de foto show ik u nog even het survivalpak,

lekker strak, lekker warm. Welterusten . . . . Ik ga dromen over onze schitterende reis met in de hoofdrollen Pilot in command Gino Ciers (af en toe Pilot in coma), Co-pilot Willie Eimers en uw eigen verslaggever en fotograaf, Bennie Bos. Was dit verslag u te lang, dan spijt me dat totaal niet want bij het schrijven heb ik de vaart nogmaals kunnen beleven. Met een waanzinnige ervaring rijker en een traantje van trots in mijn rechterooghoek, groet ik u. Ik heb nog een leuke videocompositie gemaakt waarop de straaljagers boven het Skagerrak heel mooi in beeld komen.     Bennie Bos